Spannend

Spannend

Een eigen kaartenlijn: dat wilde ik al jaren. Ik hou zelf zó van inspirerende kaarten met rake teksten erop. Vorig jaar had ik eindelijk ‘ruimte’ om vijf gedichtjes te kiezen uit mijn stapels volgeschreven schriften. Ik besloot ze te laten drukken op A6-kaarten. Puur de teksten, zonder vormgeving. Eens kijken of de woorden genoeg kracht hadden om bij mensen binnen te komen…

Ik geloof dat dat laatste is gelukt. Lees: verschillende mensen uit mijn omgeving en een enkele onbekende vertelde(n) mij dat ze een of meerdere kaarten zelf koesteren of naar een dierbare hebben gestuurd. Heel fijn!

Toch loopt de verkoop nog geen storm. Het was ook een experiment om de kaarten zonder verdere vormgeving ‘op de markt te brengen’. De vormgeving die er ooit bij moest komen, zag ik helemaal voor me, in mijn hoofd. Maar ruimte om deze ideeën verder uit te werken, had ik nog niet. Tot een aantal weken geleden…

Ik ondernam twee dingen. Mijn vriendin Sonja vroeg ik om tekeningen te maken bij bepaalde gedichtjes. En Mark vroeg ik om foto’s van mij te maken in de Volgermeerpolder, een prachtig gebied vlakbij ons huis. Mijn geboortegrond, eigenlijk, want mijn ouderlijk huis staat aan de rand van deze plek.
Nu ben ik twee soorten kaarten aan het vormgeven: een aantal met illustraties en een aantal met foto’s. De allereerste vernieuwde kaart, een nieuwe versie van ‘Evenwicht‘, stuurde ik van de week naar de drukker. Deze wordt vanmiddag al in veelvoud door de postbode in mijn brievenbus bezorgd!

Behalve dat Sonja illustraties voor mij maakte en Mark foto’s, doe ik dit project helemaal alleen. De gedichten komen vanzelf, maar het zoeken naar een geschikt vormgeef-programma, een drukkerij, het investeren in de drukkosten, dat deed ik in m’n eentje. Daarom vind ik dit – naast ongelooflijk leuk – ook ongelooflijk spannend.
Ik hoop zó dat mijn kaarten uiteindelijk bij veel meer mensen in de brievenbus mogen vallen!

Vroeger

Vroeger

Niet alles was vroeger beter.
Zo sprak ik gisteren één van Sterres klassenassistenten, die bijna met pensioen gaat. Deze mevrouw werkt maar liefst 49 jaar in het speciaal onderwijs.
“Toen ik net begon, had ik een jongen in de klas die vergelijkbaar was met Sterre”, vertelde zij. “De band die zijn moeder met hem had, doet me heel erg denken aan de connectie die jij met Sterre hebt. Woorden waren ook tussen hen niet nodig om elkaar te begrijpen.”
Mark, die bij het gesprek was, vroeg of de bewuste jongen ook intelligent was (geweest, want hij is inmiddels overleden).
“Zeker”, zei Sterres klassenassistente. “Alleen had hij destijds niet de beschikking over een spraakcomputer, die Sterre wel heeft. Op het gebied van onderwijs kon hij daardoor niet zoveel laten zien.”

Technologie: soms lijken de ontwikkelingen elkaar zo snel op te volgen, dat ik het als atechnische vrouw nauwelijks kan bijbenen. Vast niet alle ‘vooruitgang’ zal ook goed zijn voor iedereen.
Maar een spraakcomputer die volledig met de ogen kan worden bediend, zoals Sterre nu heeft – ze mocht haar ‘oude’ exemplaar onlangs inruilen voor een gloednieuw apparaat, waarmee ze nóg meer kan. Lees: ze kan nu zelfs met haar ogen antwoorden naar de juiste plek slépen, waardoor ze meer schoolopdrachten volledig zelf kan uitvoeren. Lees 2: deze computer is voor ons onmisbaar…
Wat dit betreft prijs ik mezelf gelukkig dat mijn nog niet sprekende, maar intelligente dochter juist in déze tijd werd geboren.

Mystiek

Mystiek

Vier jaar geleden gingen Sterre en ik voor het eerst naar therapeut Rens.
Sommigen noemen hem een ziener, anderen een healer. Hij is sowieso psycholoog, maar dat dekt de lading niet, qua ‘behandeling’ die hij geeft.

“Alles gaat veranderen”, zei Rens die eerste afspraak tegen mij. Ik was nog een beetje sceptisch.
Ik voelde dat ik daar moest zijn, maar dacht toch: eerst zien, dan geloven.

Nu, vier jaar later, kan ik pas (enigszins?) begrijpen wat Rens bedoelde.
Het is namelijk inderdaad gebeurd: terwijl het leven op zich ergens hetzelfde is gebleven, is voor mij en voor ons hele gezin toch alles veranderd. Ik ben nog dezelfde, en ook weer niet. Mijn gevoel, mijn ervaringen… het blijft lastig te omschrijven, maar alles is daadwerkelijk anders.

‘Het leven gaat zich wezenlijker aan je voordoen en is daardoor bijzonderder’, stond in een van de boeken van Godaya Komen, die ook al jaren bij Rens komt. Zoiets, dus…

Fantastisch, ongrijpbaar en mystiek: dat is hoe ík het (voorlopig?) noem…

Back to school

Back to school

Maandagochtend vroeg: Sterre en Sietse moesten (of mochten, het is maar hoe je het bekijkt, zeker in deze corona-tijd) back to school. Sterre vertrekt om 08.00 uur met de auto; Mark, oma, opa en ik zijn om beurten op vaste dagen haar chauffeur. Sietse kan rond 08.15 uur wegfietsen, en ook weer om beurten fietsen Mark, oma of ik nog even met hem mee.
Lees: na het wakker worden, moesten we allevier meteen weer uit bed ‘springen’. En dat was – hoewel ik alles zondag al zorgvuldig had voorbereid, van het vullen van de nieuwe rugzakken met benodigdheden tot het klaarleggen van mijn kleren en die van de kids – tóch weer even wennen…

Want wat vierden wij een fijne zomervakantie. Zes weken (de kids en ik dan, Mark was er drie vrij) hadden we de tijd aan onszelf. En verlangzaamden we ons tempo. Letterlijk: we ontbeten meestal pas rond 09.30 uur. Niet dat Sterre en Sietse zo lang uitslapen, maar Sterre volgt vanuit haar bed ’s ochtends graag een aantal YouTubers op de iPad en Siets houdt van op de bank verdwijnen in Netflix-series. Zelf las ik elke ochtend ruim een uur een boek, voordat ik richting douche vertrok.

En nu begon het gewone dagelijkse leven weer. Gelukkig hadden we er allemaal zin in. Sterre doet nog een jaar groep 7, met een groot deel van haar vorige klas en nieuwe juffen. En Sietse is over naar groep 4, ook al met een nieuwe juf.
Ik geniet er enorm van dat ik nu weer meer tijd heb om te werken, dat zeker. Eindelijk verder met mijn lijst nog-uit-te-voeren-plannen.

En toch… pinkte ik maandagochtend stiekem ook een traantje weg. Gaf ik Sterre nog een extra knuffel voordat Mark met haar in de auto wegreed en kneep ik Sietse nog even fijn voor de buitendeur bij zijn nieuwe lokaal (want vanwege corona mogen wij ouders nog steeds de scholen niet in).
Steeds groter worden ze, mijn schatten, en langzaam allebei ook iets minder kwetsbaar. Maar ze blijven altijd het kostbaarste wat ik ‘heb’.

Mijn plek

Mijn plek

Een plaats kan zóveel geven.
Wij wonen in een dorp onder de rook van Amsterdam. In het dorp waar ik ben geboren, en waar een groot deel van mijn familie ook nog steeds woont.
Als je in spreidstand in de tuin van mijn ouders gaat staan, met één voet op hun pad en één voet op de weg voor hun huis, sta je met de eerste voet in het dorp en met de tweede in Amsterdam. Zo dichtbij is ‘de grote stad’. Wij wonen buiten, in een prachtig landelijke omgeving, maar pakken we de bus, dan staan we binnen 8 minuten op Amsterdam CS. Ik vind dat een heerlijke combi.

Mensen die het niets uitmaakt waar ze wonen; ik kan me dat lastig voorstellen. Plekken kunnen mij zó inspireren.
Vanochtend nog maakten Mark en ik een fietstocht van ons huis naar Holysloot, een dorp een paar kilometer verderop. Een plaats zo wonderschoon dat het lijkt alsof je op het Franse platteland bent, maar dan dus ook ‘onder de rook van Amsterdam’. De meren, de bloemen, de sloten… gelukzalig snoof ik de geur van de natuur op.

“Je kunt overal gelukkig worden”, zei iemand, toen Mark en ik een paar jaar geleden middenin onze zoektocht zaten naar een geschikt huis waar we voor Sterre een slaap- en badkamer beneden konden maken. 

In theorie klopt dat natuurlijk. “Het maakte me toch al niet uit waar we waren”, zegt Mark vaak over onze liefde, naar aanleiding van het lied Zoutelande van Bløf. Dat ben ik volledig met hem eens.
Maar: voor mij moet de plek waar we wónen wel passen, míjn plek zijn. Het moet kloppen: ik wil nergens anders liever willen zijn.

Bovendien: plaatsen kunnen ook némen.
Dat heb ik onder andere ooit ervaren in het appartement van mijn ex-vriend. Hij woonde in een van de drie hoogste flats aan de Rotterdamse Maas. En hoe nieuw en stylish dat gebouw ook was: op een of andere manier klopte de plek niet. Ik deed er geen oog dicht. Ik sliep er niet. Had ik een paar dagen bij mijn ex doorgebracht, dan was ik kapot. Veel en veel later ben ik gaan vermoeden dat dit wellicht met straling van een te dichtbij staande zendmast te maken had, maar in die tijd tastte ik in het duister. Ik voelde alleen: deze plek is niet fijn. Mijn ex trok destijds gelukkig al snel bij mij in…

Tijdens de zoektocht van Mark en mij naar een geschikt rolstoeltoegankelijk huis in mijn geboortedorp, begrepen veel mensen ook wél waarom ik niet verder wilde kijken dan deze omgeving. De mevrouw van de gemeente die in ons oude huis (ook al in dit dorp) langskwam om te praten over aanpassingen voor Sterre in een nieuwe woning, zei: “Straks moet je dit mooie appartement verlaten, waar je je kinderen hebt gekregen, omdat je dochter gehandicapt is…”
Aan de tranen in haar ogen zag ik dat ze snapte hoe lastig dit voor mij was.

Gelukkig vonden wij uiteindelijk onze huidige woning in dit zelfde dorp. Mark, Sterre, Sietse en ik genieten elke dag enorm van ons volledig geschikt gemaakte droomhuis.

En hoewel er nog vele plekken op de wereld zijn die ik ooit hoop te kunnen bewonderen, ben ik intens gelukkig dat juist déze plek op aarde nog heel lang mijn basis zal zijn.